Sprengenberg

Meer dan honderd jaar geleden was dit hele gebied heide. De heide speelde een belangrijke rol in de landbouw op de onvruchtbare zandgronden. Het was het graasgebied van de schaapskudden. De schapen zorgden voor mest. Zonder mest geen goede oogst. De opkomst van de kunstmest maakte de heide overbodig. In korte tijd werd bijna alle heide ontgonnen. De slechtste stukken bleven echter over. Zeker de Sallandse Heuvelrug. Deze grond was niet alleen erg onvruchtbaar maar door zijn hogere ligging ook meestal te droog voor de landbouw.

Textielbaronnen uit Twente zagen hun kans schoon en kochten de uitgestrekte heidegebieden. Voor een deel als belegging. Door de snelle groei van de Limburgse steenkoolmijnbouw in het begin van deze eeuw was er een tekort aan stuthout. Om aan deze vraag te voldoen werden de meeste heidegebieden met naaldbos beplant. De textielbaronnen legden grote landgoederen aan en lieten riante landhuizen bouwen. Het gebied rond de Sprengenberg, is rond 1900 aangekocht door de heer Van Wulfften Palthe uit Almelo. De toren van het huis is al van veraf zichtbaar. Boven in de toren was een sterrenobservatorium. De windvaan is, heel toepasselijk, een korhoen. In de toren waren verschillende slaapkamers; 4 met dubbele bedden en 4 kleine kamertjes op de hoogste verdieping.

Dhr. Palthe was zeer geïnteresseerd in astronomie. In hun oude woonplaats, Almelo, had hij ook al een koepeltje om de sterren te bestuderen. Er werd aan de toren een speciaal zijtorentje gebouwd met verschillende ramen. Lage en hoge. Deze waren speciaal bedoeld om daar met de sterrenkijker de sterren te bestuderen. Vele boeren over sterren en planeten liggen in de boekenkast op de Sprengenberg. Nadat dhr. Palthe in 1929 op 78 jarige leeftijd overleed werd de sterrenkijker naar beneden overgeplaatst. Sinds dien staat de sterrenkijker nog steeds daar.

De koepel was achtkantig, een met grind bedekt dak en vijf kleine veranda's. Er was een ruime zitkamer en drie kleine kamertjes. Ook was er een openhaard. Meer was er niet.