Dekzandlandschap

Tijdens de laatste of Weichsel-ijstijd, 120.000 tot 11.000 jaar geleden, was Salland een kale vlakte. Poolwinden bedekten het gebied met een deken van zand. Op de lijn Okkenbroek-Heeten-Raalte vormde zich een gordel van betrekkelijk hoge zandruggen.

Dit zand was afkomstig van de Rijndelta, die door de kou en de droogte grotendeels droog was komen te staan. Dorpen en landgoederen zijn op zo’n zandrug ontstaan. De namen van kleinere zandkoppen in het dekzandgebied eindigen vaak op berg, belt, haar of horst.

De laagte tussen deze zandruggen en de Sallandse heuvelrug is zeer vlak en heeft vaak een lemige ondergrond. De afwatering van heuvelrug naar de IJssel werd door de zandruggen gestagneerd. Het gebied was als het ware een badkuip, waarin zich in de lagere delen dikke pakketten veen vormden. Op de overgang van de heuvelrug naar de laagte ontstonden door het stagnerende kwelwater broekbossen. De naam Witte Broek bij Haarle herinnert hier nog aan. Het woord broek komt van het Germaanse woord broka voor moeras. Ook ten westen van de zandruggen vormden zich broekbossen. Het Boetelerbroek en De Bleers aan het Overijssels Kanaal zijn nog steeds vochtige gebieden, die tot voor kort als griendvelden in gebruik waren. Een derde zone van broekgebieden bevond zich op de overgang van het dekzandlandschap naar het rivierenlandschap, getuige namen als Broekland en Wolbroeken (langs de Soestwetering).

De broekbossen en moerasvegetaties van de lagere gebieden hielden het water dat van de heuvelrug afstroomde grotendeels vast. Toen de broekbossen echter werden ontgonnen tot hooi- en weiland, stond de rest van het gebied regelmatig onder water. Vanaf de tweede helft van de 12e eeuw kwam de ontginning hiervan op gang. Er werden waterlopen gegraven, die wetering, waterleiding, leide of vloedgraven werden genoemd, bijvoorbeeld de Groote Vloedgraven. Slechts hier en daar werd gebruik gemaakt van een natuurlijke waterloop, want die waren er nauwelijks in Salland. De snellere waterafvoer leidde tot een afname van de veenvorming en de oxidatie ervan, wat de vruchtbaarheid van het gebied bevorderde. De heide werd afgeplagd en door grote kuddes schapen begraasd. De mest, verzameld in de potstal en vermengd met plaggen, werd gebruikt op de akkers. Namen die nog verwijzen naar deze ontginningen eindigen op enk, hoek of kamp.

De lemige, vochtige zandgronden ten oosten van Heeten waren nauwelijks geschikt voor ontginning. Tot het eind van de 19e eeuw zijn de vochtige grasrijke heidevelden, met veel pijpenstrootje, wat struweel en talrijke vennetjes, blijven bestaan. Het Boete¬lerveld geeft nog een indruk van dit landschap. Veldnamen in dit gebied eindigen veelal op veld of heide. De plaatsnaam Heeten betekent ook heide. Toen na de uitvinding van kunstmest dit gebied werd ontgonnen is veel water, dat eerder door de hei werd vastgehouden, vrijgekomen. Vooral tussen 1880 en 1930 heeft dat voor veel wateroverlast gezorgd in de dekzandlaagten, op de komgronden langs de IJssel zelfs tot de jaren ‘70.

De grootste ontginningsgolf vond tussen 1900 en 1960 plaats. De groeiende bevolking, het toepassen van kunstmest en de ontwikkeling van de technologie op het gebied van ontginning en ontwatering waren hier debet aan. De ruilverkavelingen die vanaf 1926 plaatsvonden hebben het landschap ingrijpend veranderd. Tot WO II waren de meeste wegen in Salland onverhard. Daarna is men overgegaan tot asfaltering, vanwege de zwaardere landbouwmachines en het toenemend autogebruik.

Nadat in eerste instantie alles was gericht op een maximale opbrengst van het land, komt geleidelijk een ontspanning op gang tussen landbouw en natuurbescherming. Boerenland wordt hier en daar teruggegeven aan de natuur of ingericht voor waterberging. Boeren gaan zich ook meer richten op recreatie door het beginnen van bijvoorbeeld een minicamping of een bed and breakfast. Een aantal plattelandstoeristische bedrijven presenteert zich gezamenlijk onder de naam ‘het Tuinpad’. Dit is opgezet door het Gelders Overijssels Bureau voor Toerisme (GOBT) en Stimuland. Het Waterschap Groot Salland richt zich tegenwoordig naast dijkbeheer en waterbeheersing op natuurontwikkeling en staat open voor recreatief medegebruik van waterlopen, dijken en schouwpaden. Dit heeft de ontwikkeling van deze wandelroute ’Sallandse Zandloper’ langs de prachtige ‘achterzijde van het landschap’ mogelijk gemaakt. Juist een evenwichtige ontwikkeling van landbouw, natuurwaarden en recreatief medegebruik maakt Salland tot een uniek en waardevol landschap. omschrijving